Gezonde klauwen vormen de basis van een gezonde geit.
Een geit brengt een groot deel van haar leven al wandelend, klimmend en grazend door. Gezonde klauwen zijn daarom essentieel voor haar welzijn. Toch worden beginnende klauwproblemen vaak pas opgemerkt wanneer een dier zichtbaar kreupel loopt, terwijl de eerste veranderingen meestal veel vroeger ontstaan.
De klauwen van een geit groeien voortdurend en slijten in de natuur geleidelijk af op rotsachtige en harde ondergronden. In onze weiden is die natuurlijke slijtage vaak onvoldoende, waardoor de klauwen kunnen overgroeien. Zonder regelmatige controle verandert de stand van de klauw, wordt de druk ongelijk verdeeld en neemt het risico op pijn, kreupelheid en infecties toe.
Gelukkig kunnen de meeste klauwproblemen eenvoudig worden voorkomen. Door de klauwen regelmatig te controleren, indien nodig tijdig te bekappen en aandacht te besteden aan een droge, propere leefomgeving, blijven geiten comfortabel bewegen en kunnen veel gezondheidsproblemen worden vermeden.
Op deze pagina leggen we uit hoe een gezonde geitenklauw is opgebouwd, hoe klauwen groeien, wanneer bekappen nodig is en hoe je veelvoorkomende klauwproblemen kunt herkennen en voorkomen.

Hoe is een geitenklauw opgebouwd?

Elke geitenpoot eindigt in twee afzonderlijke klauwhelften die samen het lichaamsgewicht dragen. De harde buitenste hoornlaag beschermt de gevoelige weefsels binnenin en groeit gedurende het hele leven van de geit voortdurend aan. Door natuurlijke slijtage blijft de klauw normaal in evenwicht, maar wanneer die slijtage onvoldoende is, kan de hoorn overgroeien en verandert de belasting van de voet.
De buitenzijde van de klauw wordt gevormd door de hoornwand. Deze sterke laag vangt het grootste deel van de belasting op tijdens het lopen. Aan de onderzijde bevindt zich de zool, die de gevoelige structuren in de klauw beschermt. Achteraan liggen de hielen, die schokken helpen opvangen wanneer de geit stapt of springt.
Tussen beide klauwhelften bevindt zich de tussenklauwspleet. Deze blijft bij een gezonde klauw voldoende open en droog. Wanneer vuil, vocht of mest zich hier ophopen, neemt de kans op ontstekingen toe.
Binnenin de klauw ligt het klauwbeen, omgeven door een goed doorbloede lederhuid. Vanuit deze lederhuid wordt voortdurend nieuwe hoorn gevormd. Daarom blijven klauwen levenslang groeien en moeten ze, afhankelijk van de natuurlijke slijtage, regelmatig worden gecontroleerd en indien nodig bijgewerkt.
Groei van de klauw
Waarom moeten klauwen regelmatig worden bekapt?
Net als onze nagels groeien de klauwen van een geit haar hele leven door. De hoorn wordt voortdurend aangemaakt in de lederhuid en schuift langzaam naar voren en naar beneden. Onder natuurlijke omstandigheden slijten de klauwen tijdens het lopen over rotsachtige of harde ondergronden ongeveer even snel af als ze aangroeien.
In onze weiden is die natuurlijke slijtage vaak veel geringer. Graslanden en zachte bodems zijn comfortabel voor de dieren, maar zorgen ervoor dat de klauwen minder afslijten. Daardoor kan de hoorn geleidelijk overgroeien. Vooral de teen wordt langer en de hoornwand kan naar binnen omkrullen, waardoor vuil en mest zich gemakkelijker ophopen.
Overgroeide klauwen veranderen de stand van de poot en verdelen het lichaamsgewicht niet langer gelijkmatig. Dat verhoogt de druk op bepaalde delen van de klauw en vergroot het risico op pijn, kreupelheid en infecties. Door de klauwen regelmatig te controleren en indien nodig te bekappen, blijft de natuurlijke vorm behouden en kunnen veel problemen worden voorkomen.
Hoe snel een klauw groeit, verschilt van dier tot dier. Leeftijd, erfelijke aanleg, voeding, dracht, lichaamsgewicht, beweging en het type ondergrond spelen allemaal een rol. Daarom bestaat er geen vaste regel voor hoe vaak een geit moet worden bekapt. Regelmatige controle is belangrijker dan een vaste kalender.
Wanneer moet je de klauwen bekappen?

Er bestaat geen vaste regel voor hoe vaak een geit moet worden bekapt. Sommige dieren hebben meerdere bekapbeurten per jaar nodig, terwijl bij andere geiten de klauwen door voldoende beweging en natuurlijke slijtage veel langer in een goede conditie blijven. Regelmatige controle is daarom belangrijker dan een vaste planning.
Een gezonde klauw heeft een rechte stand en een vlak draagvlak. De zool en de draagrand maken gelijkmatig contact met de ondergrond, waardoor het lichaamsgewicht goed wordt verdeeld. Naarmate de klauw overgroeit, verandert die natuurlijke vorm. De teen wordt langer, de hoornwand kan naar binnen omkrullen en de zool wordt moeilijker schoon te houden. Vuil en mest hopen zich gemakkelijker op, waardoor de kans op ontstekingen toeneemt.
Let daarom niet alleen op de lengte van de klauw, maar vooral op de vorm. Wanneer de klauw haar natuurlijke evenwicht verliest of wanneer een geit minder vlot beweegt, is het tijd om de klauwen na te kijken en indien nodig te bekappen.
Controleer de klauwen regelmatig, bijvoorbeeld tijdens een gezondheidscontrole of wanneer de geiten worden ontwormd, gevaccineerd of gewogen. Zo worden kleine afwijkingen vaak opgemerkt voordat ze uitgroeien tot een pijnlijk klauwprobleem.
Hoe bekap je een geitenklauw?
Een goed bekapte klauw brengt het lichaamsgewicht opnieuw gelijkmatig over op de zool en de draagrand. Het doel is niet om zoveel mogelijk hoorn weg te nemen, maar om de natuurlijke vorm van de klauw te herstellen. Werk daarom altijd rustig en verwijder liever meerdere dunne laagjes dan één grote snede.
Begin met het reinigen van de klauw zodat aarde, mest en steentjes de vorm niet verbergen. Knip vervolgens de overgroeide teen en eventueel omgekrulde hoornwand geleidelijk terug. Controleer regelmatig of beide klauwhelften nog gelijkmatig op de grond zouden steunen.
Wanneer de klauw opnieuw haar natuurlijke vorm heeft, kan de zool voorzichtig worden geëgaliseerd. Daarbij is het belangrijk voldoende hoorn te laten zitten. Een te dun bekapte zool kan pijnlijk zijn en maakt de klauw gevoeliger voor beschadiging.
Stop met bekappen zodra de klauw opnieuw vlak staat en de draagrand mooi aansluit op de zool. Wanneer de hoorn een licht roze schijn begint te vertonen, bevindt de levende lederhuid zich vlak onder het oppervlak en mag er niet verder worden gesneden.
Gebruik bij voorkeur een scherpe klauwschaar of een speciaal klauwmes en ontsmet het materiaal regelmatig, zeker wanneer meerdere dieren na elkaar worden bekapt. Zo verklein je het risico op het overbrengen van eventuele infecties.
Veelvoorkomende klauwproblemen

Onze aanpak op Het Naanhof
Gezonde klauwen ontstaan niet tijdens het bekappen, maar in de dagelijkse verzorging van de geiten. Regelmatige controle, een geschikte leefomgeving en een doordacht management vormen samen de beste preventie tegen klauwproblemen.
Op Het Naanhof observeren we onze geiten dagelijks. Veranderingen in houding, staplengte of bewegingspatroon vallen daardoor vaak al op voordat er duidelijke kreupelheid ontstaat. Daarnaast controleren we de klauwen regelmatig en worden ze indien nodig tijdig bekapt, zodat de natuurlijke vorm behouden blijft.
Ook de omgeving speelt een belangrijke rol. Een droge ligplaats, voldoende beweging en een gevarieerde ondergrond dragen bij aan een natuurlijke slijtage van de klauwen. Hoewel bekappen noodzakelijk blijft, helpt een goed ingerichte leefomgeving om de groei en slijtage beter in evenwicht te houden.
Tot slot besteden we veel aandacht aan een evenwichtige voeding en een goede algemene gezondheid. Sterke en gezonde dieren zijn minder gevoelig voor infecties en herstellen doorgaans sneller wanneer er toch een klauwprobleem ontstaat.
Wij geloven dat preventie altijd beter is dan genezen. Door kleine afwijkingen vroegtijdig op te merken en tijdig in te grijpen, kunnen veel klauwproblemen eenvoudig worden voorkomen.
