Wat is CL?
CL, of Caseous Lymphadenitis, is een chronische bacteriële infectie die vooral bekendstaat om de vorming van abcessen in de lymfeklieren. De ziekte komt voor bij schapen en geiten en wordt veroorzaakt door de bacterie Corynebacterium pseudotuberculosis.
Voor geitenhouders is CL vooral belangrijk omdat de aandoening hardnekkig is, zich ongemerkt in een kudde kan verspreiden en moeilijk volledig te bestrijden is zodra ze aanwezig is. Opengebroken abcessen kunnen grote hoeveelheden bacteriën verspreiden naar de omgeving, waardoor andere dieren besmet kunnen raken via kleine wondjes in de huid.
Net zoals bij CAE ligt de nadruk daarom niet op behandeling, maar op preventie: starten met gezonde dieren, zorgvuldig omgaan met aankoop, quarantaine toepassen waar nodig en alert zijn voor verdachte zwellingen.

CL, of Caseous Lymphadenitis, is een chronische bacteriële infectie die vooral bekendstaat om de vorming van abcessen in de lymfeklieren. De ziekte komt voor bij schapen en geiten en wordt veroorzaakt door de bacterie Corynebacterium pseudotuberculosis.
Voor geitenhouders is CL vooral belangrijk omdat de aandoening hardnekkig is, zich ongemerkt in een kudde kan verspreiden en moeilijk volledig te bestrijden is zodra ze aanwezig is. Opengebroken abcessen kunnen grote hoeveelheden bacteriën verspreiden naar de omgeving, waardoor andere dieren besmet kunnen raken via kleine wondjes in de huid.
Net zoals bij CAE ligt de nadruk daarom niet op behandeling, maar op preventie: starten met gezonde dieren, zorgvuldig omgaan met aankoop, quarantaine toepassen waar nodig en alert zijn voor verdachte zwellingen.
Wat gebeurt er na een besmetting?
Nadat Corynebacterium pseudotuberculosis via een kleine huidbeschadiging het lichaam is binnengedrongen, wordt de bacterie vrijwel onmiddellijk opgenomen door afweercellen, de zogenaamde macrofagen. Normaal gesproken vernietigen deze cellen binnengedrongen bacteriën, maar C. pseudotuberculosis heeft mechanismen ontwikkeld om in deze cellen te overleven.
De geïnfecteerde macrofagen migreren vervolgens via de lymfevaten naar de dichtstbijzijnde lymfeklier. Daar vermenigvuldigen de bacteriën zich langzaam en ontstaat een chronische ontstekingsreactie. Het immuunsysteem probeert de infectie af te kapselen door een stevige bindweefselwand rond de bacteriën te vormen. Hierdoor ontstaat het typische CL-abces.
Na verloop van tijd droogt de etter in het abces geleidelijk uit. Door opeenvolgende ontstekings- en genezingsprocessen ontstaan concentrische lagen van ingedroogd ontstekingsmateriaal, waardoor het abces bij doorsnede vaak een karakteristiek “ui-ring”-patroon vertoont.
Wanneer een abces uiteindelijk spontaan openbreekt of tijdens een behandeling wordt geopend, komt een dikke, groenwitte tot geelachtige etter vrij die zeer grote aantallen bacteriën bevat. Vanaf dat moment vormt het geïnfecteerde dier een belangrijke besmettingsbron voor de rest van de kudde.

Verspreiding van CL
De verspreiding van CL verschilt fundamenteel van die van veel andere geitenziekten. Waar sommige ziekteverwekkers vooral rechtstreeks van dier op dier worden overgedragen, vormt bij CL vooral etter uit opengebroken abcessen de belangrijkste besmettingsbron.
Een CL-abces bevat miljoenen levende bacteriën. Wanneer een abces spontaan openbarst of tijdens een behandeling wordt geopend, komt een dikke, groenwitte tot geelachtige etter vrij. Deze etter kan de omgeving, materialen en andere dieren besmetten. Omdat Corynebacterium pseudotuberculosis weken tot zelfs maanden kan overleven in opgedroogde etter, blijft de omgeving gedurende lange tijd een potentiële infectiebron.
Besmetting ontstaat wanneer bacteriën via een kleine beschadiging van de huid of slijmvliezen het lichaam binnendringen. Zulke wondjes zijn vaak nauwelijks zichtbaar en kunnen ontstaan tijdens het onthoornen, oormerken, scheren, injecteren of door prikkeldraad, doorns, scherpe takken of onderlinge gevechten. Ook besmet materiaal, zoals scheermessen, onthoorngereedschap, halsters of voederbakken, kan bijdragen aan de verspreiding wanneer het onvoldoende wordt gereinigd en ontsmet.
Een bijkomende uitdaging is dat besmette geiten lange tijd geen zichtbare symptomen hoeven te vertonen. Hierdoor kunnen ogenschijnlijk gezonde dieren de bacterie ongemerkt binnenbrengen in een CL-vrije kudde. Daarom vormen een zorgvuldig aankoopbeleid, quarantaine en een goede bioveiligheid de belangrijkste pijlers van de preventie.
Belangrijkste besmettingsroutes
- Opengebroken abcessen met etter.
- Kleine huidwonden of beschadigde slijmvliezen.
- Besmette instrumenten (onthoornen, oormerken, scheren, injecties).
- Verontreinigde omgeving (hokken, afrasteringen, voederbakken).
- Aankoop van besmette, maar ogenschijnlijk gezonde dieren.
Wat is minder belangrijk?
In tegenstelling tot sommige andere infectieziekten speelt rechtstreekse overdracht via de lucht geen belangrijke rol. Ook verspreiding via melk of de placenta wordt slechts zelden beschreven en wordt epidemiologisch als ondergeschikt beschouwd. De ziekte wordt vooral in stand gehouden door contact met besmette etter en een onvoldoende bioveiligheidsbeleid.

Preventie begint bij bioveiligheid
- Koop uitsluitend dieren uit CL-vrije bedrijven.
- Isoleer nieuwe dieren tijdens quarantaine.
- Ontsmet materiaal grondig.
- Voorkom dat abcessen openbarsten in de kudde.
- Draag handschoenen bij het behandelen van verdachte zwellingen.
Klinische verschijnselen
Het meest opvallende kenmerk van CL is de vorming van langzaam groeiende abcessen in de lymfeklieren. Deze zwellingen zijn aanvankelijk stevig, weinig pijnlijk en kunnen maanden aanwezig blijven zonder dat de geit ziek lijkt.
De meest voorkomende locaties zijn:
- onder de kaak;
- achter de kaakhoek;
- vóór de schouder;
- ter hoogte van de knieplooi;
- in de lies;
- rond de uier.
Wanneer een abces openbreekt, komt een dikke, groenwitte tot geelachtige, kaasachtige etter vrij. Vanaf dat moment vormt het dier een belangrijke besmettingsbron voor de rest van de kudde.
Bij sommige dieren blijft de infectie beperkt tot de uitwendige lymfeklieren. In andere gevallen verspreidt de bacterie zich naar de inwendige organen, zoals de longen, lever of borstholte. Deze interne vorm is veel moeilijker te herkennen en kan leiden tot vermagering, verminderde prestaties, chronische ademhalingsproblemen en uiteindelijk sterfte.
Diagnostiek
Hoewel de typische abcessen sterk doen denken aan CL, kan de diagnose niet uitsluitend op basis van het uiterlijk worden gesteld. Ook andere bacteriën, zoals Trueperella pyogenes of verschillende stafylokokken, kunnen vergelijkbare abcessen veroorzaken. Een correcte diagnose is daarom belangrijk, zeker wanneer de ziekte gevolgen heeft voor het aankoopbeleid of de gezondheidsstatus van een kudde.
Bij een eerste onderzoek zal een dierenarts vooral letten op de plaats, grootte en evolutie van de zwellingen. Langzaam groeiende abcessen ter hoogte van de oppervlakkige lymfeklieren zijn sterk verdacht voor CL, zeker wanneer meerdere dieren in dezelfde kudde gelijkaardige letsels ontwikkelen. Toch blijft laboratoriumonderzoek noodzakelijk om de diagnose met zekerheid te bevestigen.
De meest betrouwbare methode is het onderzoeken van etter uit een gesloten of pas geopend abces. In het laboratorium kan de bacterie worden gekweekt of met een PCR-test rechtstreeks worden aangetoond. Beide technieken maken het mogelijk om Corynebacterium pseudotuberculosis te onderscheiden van andere bacteriën die eveneens abcessen kunnen veroorzaken.
Ook bloedonderzoek kan een rol spelen. Met een ELISA-test worden antistoffen tegen de bacterie opgespoord, wat vooral nuttig is bij het screenen van een volledige kudde. De test heeft echter beperkingen: pas besmette dieren hebben vaak nog geen meetbare antistoffen, terwijl dieren die vroeger met de bacterie in contact kwamen nog lange tijd positief kunnen blijven. Daarom wordt een serologische test steeds geïnterpreteerd in combinatie met de klinische bevindingen en, indien mogelijk, aanvullend laboratoriumonderzoek.
Niet elk abces is CL
Ook bacteriële wondinfecties, tandwortelabcessen en infecties veroorzaakt door Trueperella pyogenes of stafylokokken kunnen sterk lijken op CL. Een laboratoriumbevestiging blijft daarom aangewezen voordat belangrijke beslissingen worden genomen over behandeling of afvoer.
Bestrijding en preventie
Bij CL ligt de nadruk niet op genezing, maar op het voorkomen van nieuwe besmettingen. Zodra de bacterie zich eenmaal in een kudde heeft gevestigd, kan ze jarenlang aanwezig blijven. Besmette dieren kunnen immers lange tijd geen zichtbare symptomen vertonen, terwijl opengebroken abcessen de omgeving met grote hoeveelheden bacteriën besmetten. Daarom vormt een doordacht preventiebeleid de belangrijkste pijler van de bestrijding.
Een goede bioveiligheid begint bij de aankoop van nieuwe dieren. Geiten afkomstig uit bedrijven met een gekende CL-vrije status vormen het kleinste risico. Nieuwe dieren worden bij voorkeur eerst gedurende enkele weken in quarantaine gehouden, zodat eventuele verdachte zwellingen kunnen worden opgemerkt voordat ze met de bestaande kudde in contact komen.
Ook binnen de kudde is hygiëne essentieel. Verdachte abcessen worden best zo snel mogelijk onderzocht en, indien nodig, geïsoleerd behandeld. Wanneer een abces openbreekt of chirurgisch wordt geopend, moet de vrijgekomen etter zorgvuldig worden opgevangen en verwijderd. Materialen die met etter in contact komen, zoals handschoenen, verbanden of instrumenten, worden onmiddellijk gereinigd en ontsmet om verdere verspreiding te voorkomen.
Omdat de bacterie vooral via kleine huidbeschadigingen binnendringt, verdienen ook routinematige ingrepen zoals onthoornen, oormerken, injecteren en klauwverzorging extra aandacht. Proper materiaal en een goede ontsmetting verminderen het risico dat bacteriën van het ene dier op het andere worden overgedragen.
Hoewel antibiotica de groei van de bacterie kunnen afremmen, bereiken ze het ingekapselde abces vaak onvoldoende. Daardoor is de behandeling meestal weinig succesvol en blijft een besmet dier een mogelijke infectiebron. Om die reden kiezen veel professionele bedrijven ervoor om dieren met bevestigde CL uit de kudde te verwijderen, zeker wanneer een CL-vrije status behouden moet blijven.
Onze aanpak op Het Naanhof?
Onze Vlaamse geiten zijn afkomstig uit een CL-vrije kudde. Ook in de toekomst willen we die gezondheidsstatus behouden door zorgvuldig om te gaan met de aankoop van nieuwe dieren, indien nodig een quarantaineperiode te voorzien en aandacht te besteden aan een goede hygiëne. We geloven dat voorkomen nog altijd beter is dan genezen.
