Paratuberculose (Johne’s disease) bij geiten

Paratuberculose, internationaal beter bekend als Johne’s disease, is een chronische bacteriële infectie van het darmstelsel bij herkauwers. De ziekte wordt veroorzaakt door Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis (MAP), een uitzonderlijk traag groeiende bacterie die zich jarenlang in het lichaam kan verschuilen voordat een geit zichtbaar ziek wordt.

Juist die lange incubatietijd maakt paratuberculose zo verraderlijk. Besmette dieren kunnen gedurende maanden of zelfs jaren gezond lijken, terwijl ze de bacterie ongemerkt via hun mest uitscheiden en zo de omgeving en andere dieren besmetten. Vooral jonge lammeren zijn gevoelig voor een infectie, hoewel de ziekte zich meestal pas op volwassen leeftijd openbaart.

Wanneer de eerste ziekteverschijnselen uiteindelijk zichtbaar worden, is de schade aan de darm vaak al onomkeerbaar. Genezing is niet mogelijk. Daarom ligt de nadruk niet op behandeling, maar op preventie: een doordacht aankoopbeleid, een goede hygiëne en het voorkomen van besmetting van jonge dieren vormen de belangrijkste pijlers van de bestrijding.

Paratuberculose (Johne's disease) bij geiten
Paratuberculose (Johne’s disease) bij geiten

De bacterie achter paratuberculose

Myobacterium avium subsp. paratuberculosis (MAP): De bacterie die Paratuberculose (Johne's disease) veroorzaakt.
Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis (MAP)

Paratuberculose wordt veroorzaakt door Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis (MAP), een bacterie die behoort tot dezelfde bacteriefamilie als de verwekkers van tuberculose. Hoewel MAP geen klassieke tuberculose veroorzaakt, deelt ze wel enkele opvallende eigenschappen met haar verwanten.

De bacterie groeit uitzonderlijk langzaam. Waar veel andere bacteriën zich binnen enkele uren vermenigvuldigen, doet MAP daar dagen tot zelfs weken over. Ook in het lichaam ontwikkelt een infectie zich zeer traag. Daardoor kunnen besmette geiten jarenlang volledig gezond lijken voordat de eerste ziekteverschijnselen zichtbaar worden.

MAP bezit bovendien een bijzondere, vetrijke celwand. Die beschermt de bacterie tegen uitdroging, ontsmettingsmiddelen en de afweerreacties van het lichaam. Hierdoor kan ze maanden tot zelfs meer dan een jaar overleven in vochtige mest of besmette bodems. Eenmaal opgenomen door een geit weet MAP zich bovendien schuil te houden in afweercellen, waardoor het immuunsysteem de infectie vaak niet volledig kan opruimen.

Deze combinatie van een trage groei, een uitzonderlijk sterke celwand en het vermogen om in afweercellen te overleven maakt paratuberculose tot een hardnekkige ziekte waarvoor momenteel geen doeltreffende behandeling bestaat. Daarom vormen een goede bioveiligheid en het voorkomen van nieuwe besmettingen de belangrijkste wapens tegen de ziekte.

Hoe verspreidt paratuberculose zich?

Een geit met paratuberculose vormt niet onmiddellijk een zichtbaar gezondheidsprobleem. Veel besmette dieren lijken jarenlang volledig gezond, terwijl ze ondertussen ongemerkt de bacterie via hun mest uitscheiden. Zo kan de omgeving geleidelijk besmet raken zonder dat er duidelijke ziekteverschijnselen aanwezig zijn.

De meeste besmettingen ontstaan wanneer jonge lammeren in contact komen met deze besmette mest. Tijdens de eerste levensweken is hun afweersysteem nog onvoldoende ontwikkeld, waardoor de bacterie gemakkelijker de darmwand kan binnendringen en een levenslange infectie kan veroorzaken. Naarmate geiten ouder worden, neemt hun gevoeligheid voor een nieuwe besmetting sterk af.

Naast mest kan MAP ook worden overgedragen via besmette biest of melk van een geïnfecteerde moeder. In sommige gevallen kan een besmetting zelfs al vóór de geboorte plaatsvinden, al speelt deze route een minder belangrijke rol. Omdat de bacterie maanden tot zelfs meer dan een jaar in een vochtige omgeving kan overleven, vormen ook besmette stallen, aflammerhokken, drinkplaatsen en weilanden een mogelijke infectiebron.

De verspreiding verloopt dus meestal ongemerkt: een ogenschijnlijk gezonde geit besmet de omgeving, waarna vooral jonge lammeren de bacterie opnemen. Juist daarom vormen een goede hygiëne rond het aflammeren en het beperken van contact tussen lammeren en volwassen mest de belangrijkste maatregelen om de ziekte onder controle te houden.

Wat gebeurt er na een besmetting?

Nadat een geit MAP heeft opgenomen via besmette mest, biest of melk, bereikt de bacterie de dunne darm. Vooral bij jonge lammeren is de darmwand nog kwetsbaar, waardoor MAP gemakkelijker het darmweefsel kan binnendringen.

Pasgeboren lam ██████████ Zeer hoog risico

1–6 maanden ████████ Hoog risico

6–12 maanden ████ Afnemend risico

Volwassen geit █ Lage gevoeligheid

Pathogenese van paratuberculose bij geiten
Pathogenese van paratuberculose bij geiten

Normaal gesproken worden binnengedrongen bacteriën snel opgenomen en vernietigd door macrofagen, gespecialiseerde afweercellen die ziekteverwekkers opruimen. MAP heeft echter een bijzondere eigenschap: in plaats van gedood te worden, weet de bacterie in deze afweercellen te overleven en zich langzaam te vermenigvuldigen.

Het immuunsysteem blijft de infectie bestrijden, maar slaagt er niet in de bacterie volledig uit te schakelen. Hierdoor ontstaat een chronische ontstekingsreactie in de darmwand. Steeds meer afweercellen hopen zich op, waardoor de darm geleidelijk verdikt en haar normale structuur verliest.

Deze veranderingen verlopen uiterst langzaam. Vaak duurt het meerdere jaren voordat de beschadiging zo ernstig wordt dat de opname van voedingsstoffen vermindert en de eerste ziekteverschijnselen zichtbaar worden. Tegen die tijd scheiden veel besmette dieren de bacterie al geruime tijd uit via hun mest.

Omdat MAP zich diep in de darmwand en in afweercellen verschuilt, kan het lichaam de infectie niet volledig opruimen. Een besmette geit blijft daarom levenslang geïnfecteerd.

Klinische ziekteverschijnselen

De eerste ziekteverschijnselen van paratuberculose verschijnen meestal pas jaren na de oorspronkelijke besmetting. Tegen die tijd is de darm al langdurig ontstoken en is de opname van voedingsstoffen ernstig verstoord. Veel geiten blijven aanvankelijk normaal eten, maar verliezen toch geleidelijk lichaamsgewicht.

Het meest opvallende symptoom is daarom een langzaam toenemende vermagering, ondanks een behouden of slechts licht verminderde eetlust. Daarnaast daalt vaak de melkproductie en vermindert de algemene conditie. De vacht wordt doffer, dieren ogen lustelozer en herstellen minder goed van andere gezondheidsproblemen.

In tegenstelling tot runderen komt ernstige diarree bij geiten veel minder frequent voor. Daardoor wordt paratuberculose bij geiten niet altijd onmiddellijk herkend. Tegen de tijd dat de ziekte duidelijk zichtbaar wordt, scheiden veel dieren de bacterie al lange tijd uit via hun mest en is de schade aan de darm meestal onomkeerbaar.

Na verloop van tijd nemen de vermagering en de verzwakking verder toe. Zonder ingrijpen eindigt de ziekte uiteindelijk in ernstige uitputting en sterfte.

Diagnostiek: Hoe wordt paratuberculose vastgesteld?

Omdat paratuberculose zich zeer langzaam ontwikkelt, is ook de diagnose niet altijd eenvoudig. Besmette geiten kunnen jarenlang gezond lijken en scheiden in de beginfase vaak slechts kleine hoeveelheden bacteriën uit. Daardoor kunnen testen een vroege infectie missen.

Bij dieren met een vermoeden van paratuberculose wordt meestal gestart met een mestonderzoek via PCR. Hierbij wordt gezocht naar het erfelijk materiaal van Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis (MAP). Deze methode is snel en specifiek, maar een negatieve uitslag sluit een infectie niet volledig uit, zeker wanneer een dier nog weinig bacteriën uitscheidt.

Daarnaast kan een bloedonderzoek (ELISA) worden uitgevoerd. Deze test spoort antistoffen tegen MAP op en is vooral bruikbaar bij dieren in een verder gevorderd stadium van de infectie. Ook hier geldt dat een negatieve test een vroege besmetting niet volledig uitsluit.

Wanneer een dier overlijdt of wordt geëuthanaseerd, kan aanvullend weefselonderzoek worden uitgevoerd. Microscopisch onderzoek van de darm en de bijhorende lymfeklieren, eventueel aangevuld met PCR of bacteriekweek, levert de meest betrouwbare bevestiging van de diagnose.

Daarom wordt paratuberculose meestal niet vastgesteld op basis van één enkele test, maar door de resultaten van laboratoriumonderzoek te combineren met de leeftijd van het dier, de klinische verschijnselen en de bedrijfsgeschiedenis.

Bestrijding en preventie: Onze aanpak op Het Naanhof

Omdat er geen doeltreffende behandeling bestaat voor paratuberculose, ligt de nadruk volledig op het voorkomen van nieuwe besmettingen. Een goed gezondheidsbeleid begint daarom niet wanneer de eerste ziekteverschijnselen optreden, maar al bij de keuze van nieuwe dieren en de dagelijkse bedrijfsvoering.

Op Het Naanhof streven we naar een zo gesloten mogelijke kudde. Nieuwe dieren worden alleen aangekocht wanneer dat noodzakelijk is en bij voorkeur afkomstig van bedrijven met een gekende gezondheidsstatus en een doordacht gezondheidsbeleid. Zo beperken we het risico dat chronische infectieziekten, zoals paratuberculose, onopgemerkt worden binnengebracht.

Daarnaast besteden we veel aandacht aan een propere leefomgeving. Vooral tijdens de aflamperiode is een goede hygiëne belangrijk, omdat jonge lammeren het meest gevoelig zijn voor een besmetting. Door contact met mest van volwassen dieren zoveel mogelijk te beperken, verklein je de kans dat de bacterie zich naar een volgende generatie verspreidt.

Een goede voeding, een lage stressbelasting en een doordachte rotatiebegrazing dragen bij aan gezonde en weerbare dieren. Hoewel rotatiebegrazing geen sluitende bescherming biedt tegen paratuberculose, helpt een lage besmettingsdruk en een goed algemeen management wel om de gezondheid van de kudde te ondersteunen.

Wij geloven daarom dat een combinatie van een zorgvuldig aankoopbeleid, goede bioveiligheid, aandacht voor hygiëne en een kritische opvolging van de gezondheid van onze dieren de beste garantie biedt om paratuberculose buiten de kudde te houden.

Scroll naar boven