Van haag tot geitenstal: houthaksel als duurzame bodembedekking

Kan fijn houthaksel een goed alternatief zijn voor stro in een geitenstal? Op Het Naanhof gebruiken we al enkele maanden houthaksel uit onze eigen hagen. De resultaten zijn verrassend positief: de stalvloer blijft opvallend droog en de typische ammoniakgeur die we vroeger bij stro opmerkten, blijft vrijwel volledig achterwege. Maar hoe valt dat wetenschappelijk te verklaren?

Van snoeihout naar een waardevolle grondstof

Haagbeheer met de werkploeg
Haagbeheer met de werkploeg

Op Het Naanhof hebben we heel wat gemengde hagen en houtkanten. Ze vormen een belangrijk onderdeel van ons landschap en bieden voedsel, beschutting en nestgelegenheid aan tal van dieren.

Het onderhoud ervan levert jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid snoeihout op, voornamelijk van meidoorn. Maar voordat we dat hout verder verwerken, krijgen onze Vlaamse geiten eerst de kans om ervan te genieten.

Na het snoeien bieden we de takken aan onze geiten aan. Ze eten er enthousiast de bladeren en jonge, zachte twijgen vanaf. Dat sluit mooi aan bij hun natuurlijke voedselkeuze: geiten zijn niet uitsluitend grazers, maar eten graag bladeren en twijgen van struiken en bomen.

Wat overblijft, zijn voornamelijk de dikkere, verhoute takken.

Een deel daarvan gebruiken we als houthaksel op de paden in onze bessen- en moestuin. Daarnaast verwerken we heel wat takken in takkenwallen en takkenhopen. Die vormen waardevolle leefgebieden voor kleine zoogdieren, vogels, amfibieën, ongewervelden en houtafbrekende schimmels.

Maar zelfs met deze toepassingen blijft er behoorlijk wat hout over. Daarom gingen we op zoek naar een bijkomende nuttige bestemming.

Gebruik van hakselhout in de bessentuin.
Gebruik van hakselhout in de bessentuin.

Zo ontstond het idee om fijn houthaksel te gebruiken als bodembedekking in onze geitenstal.

Van vers hout naar geschikte bodembedekking

Niet elk houthaksel is onmiddellijk geschikt voor gebruik in een dierenverblijf.

Vers verhakseld hout bevat vaak nog behoorlijk wat vocht. Wanneer het in grote, slecht geventileerde hopen wordt opgeslagen, kunnen bacteriën en schimmels zich snel ontwikkelen. Bij de microbiële afbraak komt warmte vrij, waardoor het materiaal kan gaan broeien.

Daarom besteden we veel aandacht aan de voorbereiding.

Hakselhout, de basis voor nieuw strooisel in de stal
Vers hakselhout, de basis voor nieuw strooisel in de stal

We gebruiken uitsluitend snoeihout uit onze eigen hagen, waarvan we de samenstelling kennen. Het bestaat voornamelijk uit meidoorn en bevat na het afvreten door de geiten nauwelijks nog bladeren of zachte twijgen.

Na het hakselen laten we het materiaal verschillende weken drogen in onze stal of schuur. We keren het regelmatig, zodat de luchtcirculatie verbetert en het vocht gelijkmatiger kan verdwijnen. Daarbij kan ook een deel van het losse stof vrijkomen.

Pas wanneer het haksel voldoende droog en stofarm is, slaan we het op voor later gebruik.

Een verrassend droge en vrijwel geurloze stal

Ondertussen gebruiken we het houthaksel al verschillende maanden als bodembedekking.

En de eerste ervaringen zijn bijzonder positief.

De bovenlaag blijft opvallend droog en we merken nauwelijks onaangename geuren. Bij onze vroegere bodembedekking met stro ontstond veel sneller een herkenbare ammoniakgeur.

Dat is een interessante vaststelling, die ook vanuit wetenschappelijk oogpunt goed te verklaren valt.

De binnenstal met verhoogde ligplaatsen

Waarom kan houthaksel zo goed functioneren?

1. Vochtopname en een luchtige structuur

Hout is een poreus materiaal. De celwanden bevatten onder andere cellulose en hemicellulose, die water kunnen binden. Daarnaast kan vocht worden opgenomen in de poriën en ruimtes binnen het hout.

Ook de structuur van de bodembedekking speelt een belangrijke rol.

Tussen de houtdeeltjes blijven kleine luchtruimtes aanwezig. Daardoor kan vocht zich verspreiden en onder geschikte omstandigheden opnieuw verdampen.

De korrelgrootte is hierbij belangrijk. Zeer fijn zaagsel kan veel vocht opnemen, maar kan ook verdichten en stof veroorzaken. Grovere houtsnippers behouden doorgaans meer open ruimtes, maar kunnen minder comfortabel zijn.

Het ideale materiaal moet dus voldoende vocht kunnen opnemen zonder te sterk samen te klitten of overmatig stof te produceren.

2. Waarom ontstaat er ammoniakgeur?

De typische scherpe stalgeur wordt vaak veroorzaakt door ammoniak (NH₃).

Ammoniak ontstaat onder andere wanneer ureum uit urine door het enzym urease wordt afgebroken. Dat enzym wordt geproduceerd door verschillende micro-organismen.

Vereenvoudigd verloopt de reactie als volgt:

Ureum + water → ammoniak + koolstofdioxide

In de vochtige bodembedekking bestaat vervolgens een chemisch evenwicht tussen ammoniak (NH₃) en ammonium (NH₄⁺).

Hoeveel ammoniak uiteindelijk als gas vrijkomt, hangt af van verschillende factoren:

  • Vochtigheid: water is noodzakelijk voor de microbiële processen en beïnvloedt het transport van opgeloste stoffen.
  • Temperatuur: bij hogere temperaturen kunnen microbiële processen sneller verlopen en kan meer ammoniak vervluchtigen.
  • Zuurtegraad (pH): bij een hogere pH verschuift het evenwicht naar het vluchtige ammoniak.
  • Microbiële activiteit: bacteriën en andere micro-organismen bepalen mee hoe snel stikstofhoudende verbindingen worden afgebroken.
  • Eigenschappen van de bodembedekking: onder andere vochtopname, structuur en chemische samenstelling spelen een rol.

Houthaksel kan verschillende van deze factoren beïnvloeden.

3. Wat zegt wetenschappelijk onderzoek?

Er is onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van houtige bodembedekking bij landbouwhuisdieren, vooral runderen.

Spiehs en collega’s (2014) vergeleken verschillende houtproducten met een plantaardig strooiselmateriaal in experimentele mestbedden voor runderen.

Ze stelden vast dat de ammoniakconcentraties boven de bodembedekking afhankelijk waren van het gebruikte materiaal. Sommige houtproducten leverden lagere ammoniakconcentraties op dan de onderzochte alternatieven, terwijl andere houtsoorten minder gunstig presteerden.

Dat is een belangrijke vaststelling: niet elk houthaksel heeft hetzelfde effect op ammoniakvorming en -emissie.

De houtsoort, het vochtgehalte en de omstandigheden waarin het materiaal wordt gebruikt, zijn bepalend.

Onze eigen ervaring sluit aan bij de mogelijkheid dat houtige bodembedekking gunstig kan functioneren. We merken in onze stal aanzienlijk minder ammoniakgeur dan vroeger bij stro.

4. De rol van koolstof en stikstof

Er is nog een interessant verschil tussen hout en stro.

Hout bestaat voor een groot deel uit koolstofrijke verbindingen zoals cellulose, hemicellulose en lignine. Het bevat relatief weinig stikstof.

Omdat onze geiten de bladeren en zachte twijgen vooraf grotendeels verwijderen, bestaat het gebruikte haksel vrijwel uitsluitend uit verhout materiaal.

Daardoor verwachten we een relatief hoge koolstof-stikstofverhouding (C/N-verhouding).

Micro-organismen hebben bij de afbraak van organisch materiaal zowel koolstof als stikstof nodig. Wanneer ze koolstofrijk hout afbreken, kunnen ze een deel van de beschikbare stikstof uit mest en urine opnemen in hun eigen biomassa.

Dat proces noemen we stikstofimmobilisatie.

Het is een van de processen waarmee koolstofrijke bodembedekking de stikstofhuishouding kan beïnvloeden. Hoe groot dat effect in een stal is, hangt onder andere af van de afbraaksnelheid van het hout en de omstandigheden in de bedding.

Verhoogde ligbedden: een belangrijk onderdeel van ons stalsysteem

Eén van de kenmerken die misschien bijdragen aan het succes van deze vloerbedekking zijn onze verhoogde ligbedden, waarop onze Vlaamse geiten bijzonder graag rusten.

Ze liggen daardoor vrijwel nooit rechtstreeks op het houthaksel.

Dat betekent dat we de functies van rustplaats en bodembedekking grotendeels van elkaar scheiden.

De houten ligbedden bieden een droge en comfortabele rustplaats. Het houthaksel op de stalvloer dient vooral om mest en urine op te vangen.

Dat is een belangrijk verschil met stallen waarin de dieren rechtstreeks op stro of ander bodembedekkingsmateriaal liggen.

Ook vanuit het oogpunt van dierenwelzijn zijn verhoogde ligplaatsen interessant.

Geiten benutten van nature graag hoogteverschillen. Onderzoek van Aschwanden en collega’s (2009) toonde aan dat het aanbieden van verhoogde niveaus en andere structuurelementen in groepshuisvesting het rustgedrag en de sociale interacties van geiten kan beïnvloeden.

Onze stalindeling sluit dus goed aan bij wat we weten over het natuurlijke gedrag van geiten.

Mogelijk draagt ze er ook toe bij dat het houthaksel minder intensief wordt samengedrukt door rustende dieren. Dat zou kunnen helpen om de luchtige structuur langer te behouden.

Onze kippen helpen een handje

Ook onze kippen leveren af en toe een kleine bijdrage aan het onderhoud van de stal. Ze komen regelmatig binnen om tussen het houthaksel te scharrelen, op zoek naar voedsel.

Daarbij woelen ze de bovenste laag van de bodembedekking om en mengen ze het materiaal. Zo helpen ze plaatselijk voorkomen dat de bovenlaag te sterk verdicht en blijft het haksel wat luchtiger, zodat er geen zuurstofloze zones ontstaan.

Of dat ook daadwerkelijk invloed heeft op de vochtigheid of ammoniakvorming, weten we niet met zekerheid. Maar het is opnieuw een mooi voorbeeld van hoe verschillende dieren op Het Naanhof elk op hun eigen manier bijdragen aan het geheel.

En wat gebeurt er na gebruik?

Het verhaal stopt niet wanneer het houthaksel uit de stal wordt verwijderd.

Tijdens het gebruik wordt het materiaal vermengd met geitenmest en urine. Zo ontstaat een mengsel van koolstofrijk hout en stikstofrijke dierlijke uitscheidingen.

Dat vormt een interessante uitgangssituatie voor compostering.

Bij compostering breken bacteriën, schimmels en andere organismen het organische materiaal geleidelijk af. Daarbij worden koolstofverbindingen omgezet, voedingsstoffen vrijgemaakt of tijdelijk vastgelegd en ontstaat uiteindelijk een stabieler organisch product.

Houthaksel versus stro bij compostering

Een Canadese studie van Larney en collega’s (2008) vergeleek gedurende drie jaar de compostering van rundermest met houtsnippers en rundermest met stro.

Beide mengsels konden succesvol composteren. De onderzoekers vonden onder andere verschillen in koolstofgehalte en stikstofverliezen.

Bij het mengsel met houtsnippers ging tijdens de compostering ongeveer 19% van de oorspronkelijke stikstof verloren, tegenover ongeveer 34% bij het mengsel met stro.

Dat is interessant, omdat het aantoont dat de keuze van bodembedekking ook invloed kan hebben op de uiteindelijke mestverwerking.

Omdat hout veel lignine bevat, kan de volledige afbraak van houtfragmenten bovendien lang duren. Het materiaal kan dus succesvol composteren zonder dat alle houtsnippers na enkele maanden volledig verdwenen zijn.

Voor een goed composteerproces zijn voldoende zuurstof, een geschikte vochtigheid en een evenwichtige verhouding tussen koolstof en stikstof noodzakelijk.

Ook de temperatuur verdient aandacht. Bij onvoldoende verhitting kunnen ziekteverwekkers en parasitaire stadia overleven.

De uiteindelijke compost moet daarom voldoende uitgerijpt zijn voordat we hem opnieuw gebruiken, zeker in de moestuin. Wij gebruiken standaard een periode van 2 jaar om mooie fijne compost te krijgen.

Duurzaamheid is meer dan afval hergebruiken

Voor ons is misschien wel het mooiste aspect van dit experiment dat het aansluit bij de manier waarop we Het Naanhof proberen te beheren.

Wij duiken samen in een nieuwe stapel snoeihout.
Wij duiken samen in een nieuwe stapel snoeihout.

Onze hagen hebben in de eerste plaats een ecologische functie. Ze bieden voedsel, beschutting en leefruimte aan tal van organismen.

Wanneer we ze snoeien, benutten onze geiten eerst de bladeren en jonge twijgen.

De dikkere takken krijgen vervolgens verschillende bestemmingen. Een deel blijft als takkenwal of takkenhoop liggen en ondersteunt rechtstreeks de biodiversiteit. Een ander deel wordt gebruikt op onze tuinpaden.

En nu blijkt het fijne houthaksel ook een nuttige toepassing te hebben in de geitenstal.

Na gebruik kan het via compostering uiteindelijk opnieuw bijdragen aan de bodemkwaliteit.

Zo proberen we verschillende functies met elkaar te verbinden:

Haagbeheer → geitenvoer → houthaksel → stalbodembedekking → compost → bodemverbetering.

Dat betekent niet dat we alle snoeihout moeten verwerken. Integendeel: takkenwallen, dood hout en langzaam verterende houtresten blijven bijzonder waardevol voor de biodiversiteit.

Het gaat er vooral om dat we bewust omgaan met de materialen die ons terrein oplevert.

Daarbij vermijden we bovendien de aankoop en het transport van een deel van het bodembedekkingsmateriaal dat we anders van buitenaf zouden moeten aanvoeren.

Een goede oplossing hoeft niet ingewikkeld te zijn. Soms ligt ze gewoon in de snoeihoop achter de stal.


Wetenschappelijke achtergrond en bronnen

Spiehs et al. (2014). Use of Wood-Based Materials in Beef Bedded Manure Packs: 1. Effect on Ammonia, Total Reduced Sulfide, and Greenhouse Gas Concentrations. Journal of Environmental Quality, 43, 1187–1194.
https://doi.org/10.2134/jeq2013.05.0164

Larney et al. (2008). Physical and chemical changes during composting of wood chip-bedded and straw-bedded beef cattle feedlot manure. Journal of Environmental Quality, 37, 725–735.
https://doi.org/10.2134/jeq2007.0351

Aschwanden et al. (2009). Loose housing of small goat groups: Influence of visual cover and elevated levels on feeding, resting and agonistic behaviour. Applied Animal Behaviour Science, 119, 171–179.
https://doi.org/10.1016/j.applanim.2009.04.005

Fillingham et al. (2017). Greenhouse gas and ammonia emissions from production of compost bedding on a dairy farm. Waste Management, 70, 45–52.
https://doi.org/10.1016/j.wasman.2017.09.013

Understanding natural behavior to improve dairy goat (Capra hircus) management systems (2020). Wetenschappelijk overzicht van het natuurlijke gedrag van geiten en de toepassing daarvan in huisvesting en dierenwelzijn.
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7200440/

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven