Onze eerste mestanalyse: een boeiende eerste stap

De afgelopen weken stonden voor ons helemaal in het teken van maagdarmparasieten. We verdiepten ons in wetenschappelijke literatuur, werkten een eigen protocol uit voor de Modified McMaster-methode en verzamelden het nodige materiaal om thuis mestonderzoek uit te voeren en verbouwden onze keuken tot thuislabo.

onze keuken als thuislabo

Deze week was het eindelijk zover. We voerden onze eerste mestanalyse uit bij onze drie Vlaamse geiten: Aditi, Aisha en Aurora.

Zoals bij elk nieuw project was dat best spannend. Zou onze werkwijze goed verlopen? Zouden we de verschillende wormeieren herkennen? En vooral: wat zouden de resultaten ons vertellen?

De eerste resultaten

Na het tellen van de strongylide-eieren kwamen we tot de volgende resultaten:

Onze eerste kennismaking met strongylide-eitjes in de mest van onze geitjes

(De groene onderdelen zijn plantenresten)

GeitEPG (eieren per gram mest)
Aditi150
Aisha50
Aurora1700

Op het eerste gezicht lijken dat grote verschillen. Toch zijn we niet meteen ongerust.

De drie geiten leven samen op dezelfde weides, krijgen hetzelfde rantsoen en zijn ongeveer even oud. Toch blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat maagdarmparasieten vaak zeer ongelijk verdeeld zijn binnen een kudde. Een klein deel van de dieren scheidt vaak het grootste deel van de wormeieren uit. Dat fenomeen staat bekend als parasietaggregatie of overdispersie.

Onze eerste resultaten lijken daar alvast mooi bij aan te sluiten.

Eén meting vertelt niet het hele verhaal

Misschien was dit wel de belangrijkste les van onze eerste mestonderzoek.

Een EPG-waarde alleen zegt verrassend weinig. Aurora had weliswaar een duidelijk hogere wormuitscheiding dan Aditi en Aisha, maar ze oogde kerngezond. Ze eet goed, is actief, heeft een mooie lichaamsconditie en vertoont geen tekenen van bloedarmoede.

Dat bevestigt voor ons waarom een mestonderzoek nooit los mag worden bekeken. De resultaten krijgen pas betekenis wanneer je ze combineert met dagelijkse observaties, de FAMACHA-score, de Body Condition Score (BCS) en de algemene gezondheid van het dier.

Dit is pas het begin

Voor ons is deze eerste analyse geen eindpunt, maar een nulmeting. De komende maanden willen we de mestonderzoeken regelmatig herhalen en alle resultaten zorgvuldig registreren.

We zijn vooral benieuwd naar de evolutie doorheen het graasseizoen. Blijft Aurora een hogere EPG behouden? Verandert de wormdruk na een weiderotatie? En kunnen we op termijn een verband vinden tussen bepaalde kruiden of browseplanten en de wormdruk?

Dat zijn vragen waarop één mestonderzoek geen antwoord kan geven, maar een reeks metingen misschien wel.

Samen blijven leren

Met Het Naanhof willen we niet alleen onze eigen geiten beter leren kennen, maar ook onze ervaringen delen met andere geitenhouders. We hebben zeker niet alle antwoorden, maar hopen dat onze zoektocht anderen kan inspireren om zelf bewuster naar de gezondheid van hun dieren te kijken.

We kijken alvast uit naar het volgende mestonderzoek. Want misschien is dat wel de mooiste les die we tot nu toe geleerd hebben:

Een mestonderzoek levert cijfers op, maar inzicht ontstaat pas wanneer je die cijfers doorheen de tijd leert begrijpen.

Scroll naar boven