Vandaag voerden we opnieuw een mestananalyse uit bij onze drie jonge Vlaamse geiten. Vooral bij Aurora, die begin juli nog een opvallend hoge uitscheiding van wormeitjes had, zien we een sterke en aanhoudende daling.
| Geit | 1 juli | 10 juli | 28 juli |
| Aurora | 1.700 EPG – hoog | 800 EPG – matig | 300 EPG – laag |
| Aditi | 150 EPG – zeer laag | 350 EPG – laag | 100 EPG – zeer laag |
| Aisha | 50 EPG – zeer laag | 100 EPG – zeer laag | 50 EPG – zeer laag |
EPG staat voor het aantal wormeitjes per gram mest. Bij Aurora daalde dit aantal in minder dan een maand van 1.700 naar 300 EPG: een afname van ruim 80 procent. Aditi en Aisha blijven eveneens op een zeer laag niveau.
Geen chemische ontworming

We hebben de geitjes in deze periode niet behandeld met een chemisch ontwormingsmiddel. In plaats daarvan kozen we voor een brede, geïntegreerde aanpak.
De voorbije weken boden we onze geitjes, naast hun normale voeding en het gevarieerde plantenaanbod in onze biodiverse weides, regelmatig een aantal planten aan die mogelijk kunnen bijdragen aan de beheersing van maagdarmwormen. Vooral esparcette stond frequent op het menu, maar ook cichorei, wilg, tamme kastanje en boerenwormkruid werden gericht bijgevoerd.
Uit literatuur haalden we dat deze planten verschillende bioactieve stoffen bevatten die mogelijk invloed hebben op maagdarmwormen. Esparcette, wilg en tamme kastanje bevatten onder meer gecondenseerde tannines, terwijl cichorei en boerenwormkruid andere plantenstoffen bevatten. Onderzoek wijst erop dat sommige van deze verbindingen de vruchtbaarheid, ontwikkeling of overleving van maagdarmwormen kunnen beïnvloeden. Tegelijk kunnen een gevarieerd dieet en een goede voedingstoestand de natuurlijke weerstand van de geit ondersteunen. Vooral met Boerenwormkruid moet je opletten, omdat een hoge opname ongewenst en mogelijk giftig is.
Minstens even belangrijk is onze rotatiebegrazing. De geitjes blijven maar kort op hetzelfde perceel en keren pas na een lange rustperiode terug. Daardoor proberen we te voorkomen dat zij voortdurend nieuwe infectieuze larven opnemen van een weiland dat ze zelf eerder hebben besmet.
Een mooi resultaat, maar geen hard bewijs
Deze resultaten bewijzen niet dat één bepaalde plant de wormbesmetting heeft doen dalen. EPG-waarden kunnen van nature schommelen en we werken met slechts drie dieren, zonder controlegroep. Het is daarom onmogelijk om het effect van cichorei, esparcette of een andere plant afzonderlijk te bepalen.

Deze resultaten bewijzen niet dat één bepaalde plant de wormbesmetting heeft doen dalen. EPG-waarden kunnen van nature schommelen en we werken met slechts drie dieren, zonder controlegroep. Het is daarom onmogelijk om het effect van cichorei, esparcette of een andere plant afzonderlijk te bepalen.
Wat we wél kunnen besluiten, is dat de uitscheiding van wormeitjes bij onze geitjes tijdens deze periode sterk is gedaald zonder chemische ontworming. Dat past bij het uitgangspunt dat maagdarmwormen niet altijd onmiddellijk met medicatie bestreden hoeven te worden. Door regelmatig mestonderzoek te combineren met rotatiebegrazing, gevarieerde voeding en observatie van de dieren, kan soms verantwoord worden opgevolgd zolang de waarden en de gezondheid van de geiten dat toelaten.
De hoge EPG-waarde bij Aurora maakte ons aanvankelijk toch wat ongerust. De duidelijke daling bij de twee volgende mestonderzoeken stelt ons nu gerust. We blijven de gezondheid van onze geitjes uiteraard opvolgen, maar hoeven voorlopig niet meer zo frequent mestonderzoek uit te voeren. Naast periodieke controles blijven we letten op hun mestconsistentie, groei, lichaamsconditie, slijmvlieskleur en algemeen gedrag. Indien de wormlast opnieuw sterk stijgt of er ziekteverschijnselen optreden, blijft behandeling in overleg met een dierenarts uiteraard noodzakelijk.
