Groeit de oplossing al jarenlang in onze weides? Een wetenschappelijke blik op Wilde Cichorei

Wilde cichorei, een plaatselijke oplossing voor een almaar groter probleem?
Wilde cichorei, een plaatselijke oplossing voor een almaar groter probleem?

Toen we onlangs een interview lazen met een Australische schapenhouder, trok één uitspraak onmiddellijk onze aandacht. Hij vertelde dat hij grote oppervlakten cichorei inzaait als onderdeel van zijn strategie om de wormdruk in zijn kudde te beperken. Dat klonk verrassend. Waarom zou een professionele schapenhouder zoveel investeren in een plant die wij vooral kennen als een blauwe bermbloem?

Die vraag bracht ons naar de wetenschappelijke literatuur. En wat bleek? Wilde en voedercichorei behoren vandaag tot de best onderzochte kruiden wanneer het gaat over hun mogelijke bijdrage aan de gezondheid van herkauwers.

Het meest opvallende was echter iets anders.

Terwijl wij experimenteerden met Esparcette en andere kruiden, beseften we dat wilde cichorei (Cichorium intybus) al tientallen jaren spontaan groeit in verschillende weides van Het Naanhof. Misschien waren we wel op zoek naar een plant die de natuur hier al lang had voorzien.

Een vergeten inheemse plant

Wilde cichorei is een meerjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). Ze komt van nature voor in grote delen van Europa en groeit vooral op zonnige, voedselarme tot matig voedselrijke plaatsen, zoals wegbermen, dijken, extensieve graslanden en weilanden.

De plant is gemakkelijk te herkennen aan:

  • de opvallende hemelsblauwe bloemen;
  • de stijve, vertakte stengel;
  • de diepe penwortel;
  • de bloei van juli tot september.

Hoewel de plant al eeuwen in onze streken voorkomt, krijgt ze de laatste jaren opnieuw veel aandacht, zowel vanuit de landbouw als vanuit de ecologie.

Gebouwd voor droge zomers

Een van de meest bijzondere eigenschappen van wilde cichorei bevindt zich onder de grond.

De plant ontwikkelt een krachtige penwortel die gemakkelijk meer dan één meter diep kan doordringen en onder gunstige omstandigheden zelfs nog dieper. Daardoor bereikt ze water en mineralen die voor de meeste grassen onbereikbaar blijven.

Dat verklaart waarom cichorei vaak groen blijft tijdens droge zomers, terwijl veel grasland tijdelijk stilvalt.

Voor een klimaat waarin langdurige droogte steeds vaker voorkomt, is dat een belangrijke eigenschap.

Wilde cichorei (Cichorium intybus): Een overzicht
Wilde cichorei (Cichorium intybus): Een overzicht

Een waardevolle plant voor biodiversiteit

Ook ecologisch heeft wilde cichorei veel te bieden.

De helderblauwe bloemen produceren nectar en stuifmeel tijdens de zomer, een periode waarin veel andere wilde bloemen al uitgebloeid zijn. Daardoor vormt de plant een belangrijke voedselbron voor honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen en verschillende vlinders.

Het behouden van spontane cichoreiplanten verhoogt dus niet alleen de botanische diversiteit van een weide, maar ondersteunt ook talrijke bestuivers.

Een voedzame plant voor herkauwers

Naast haar ecologische waarde blijkt cichorei ook een kwalitatief hoogwaardige voederplant.

Onderzoek toont aan dat het blad:

  • goed verteerbaar is;
  • relatief rijk is aan mineralen;
  • een hoog eiwitgehalte kan bevatten;
  • ook tijdens droge periodes een goede voederkwaliteit behoudt.

Geiten en schapen nemen cichorei doorgaans graag op wanneer ze de keuze hebben uit verschillende plantensoorten.

Waarom krijgt cichorei zoveel aandacht in wormonderzoek?

De grootste wetenschappelijke belangstelling gaat echter uit naar de secundaire plantenstoffen die cichorei produceert.

In tegenstelling tot Esparcette, waarvan vooral de gecondenseerde tannines onderzocht worden, bevat cichorei nauwelijks tannines. De belangrijkste bioactieve stoffen zijn sesquiterpeenlactonen, waaronder lactucine, lactucopicrine en 8-deoxylactucine.

Deze bitterstoffen beschermen de plant tegen vraat door insecten, maar blijken in laboratoriumonderzoek ook invloed te hebben op verschillende ontwikkelingsstadia van maagdarmwormen.

Recente studies tonen onder andere aan dat deze stoffen:

  • het uitkomen van wormeieren kunnen verminderen;
  • de ontwikkeling van larven kunnen afremmen;
  • de activiteit van sommige volwassen wormen kunnen beïnvloeden.

Ook praktijkonderzoek bij schapen laat regelmatig een lagere uitscheiding van wormeieren zien wanneer dieren gedurende langere tijd een rantsoen met veel cichorei opnemen.

Het is waarschijnlijk het samenspel van meerdere bioactieve stoffen dat hiervoor verantwoordelijk is.

Geen natuurlijk ontwormingsmiddel

Deze onderzoeksresultaten verdienen echter nuance.

Tot op vandaag bestaat er geen overtuigend bewijs dat cichorei een bestaande worminfectie kan genezen of ontwormingsmiddelen kan vervangen.

De effecten verschillen bovendien tussen wormsoorten, tussen studies en tussen de hoeveelheid cichorei die dieren daadwerkelijk opnemen.

Onderzoekers beschouwen cichorei daarom niet als een alternatief voor goed wormbeheer, maar als een ondersteunende maatregel binnen een geïntegreerde aanpak.

Daarbij blijven rotatiebegrazing, regelmatige mestonderzoeken, een goede voedingstoestand en – indien noodzakelijk – gerichte behandeling de hoekstenen van een duurzaam wormbeheer.

Wat betekent dit voor Het Naanhof?

Voor ons was misschien niet zozeer het onderzoek zelf de grootste ontdekking, maar wel het besef dat deze plant al jarenlang spontaan aanwezig is op onze eigen percelen.

In plaats van uitsluitend op zoek te gaan naar nieuwe kruidenmengsels of moeilijk te vestigen soorten, willen we ook beter leren kijken naar wat onze eigen natuur ons al aanbiedt.

Daarom zullen we wilde cichorei op Het Naanhof niet langer als een toevallige bermplant beschouwen, maar als een waardevolle inheemse soort die verschillende functies combineert:

  • voedsel voor bestuivers;
  • kwalitatief ruwvoer;
  • hoge droogtetolerantie;
  • diepe worteling;
  • en mogelijk een bescheiden bijdrage aan een natuurlijke ondersteuning van de darmgezondheid van onze Vlaamse geiten.

De komende weken willen we daarom de rijpe zaden van onze eigen wilde cichoreiplanten verzamelen. In plaats van commercieel zaad aan te kopen, kiezen we er bewust voor om de lokale populatie verder uit te bouwen. Door het zaad uit te zaaien in meerdere weides hopen we de plant geleidelijk een grotere plaats te geven binnen onze kruidenrijke graslanden.

Die keuze heeft verschillende voordelen. We behouden de genetische eigenschappen van planten die zich hier al jarenlang spontaan handhaven, vergroten tegelijk de botanische diversiteit van onze percelen en creëren een gevarieerder voedselaanbod voor onze geiten. Bovendien kunnen we zo de komende jaren zelf opvolgen hoe de populatie zich ontwikkelt en in welke mate de geiten de plant daadwerkelijk opnemen.

Of wilde cichorei op onze percelen uiteindelijk een meetbaar verschil zal maken voor de wormdruk, weten we vandaag nog niet. Dat zal alleen blijken uit langdurige observaties, mestonderzoek en verdere opvolging. Juist daarom vinden we het zo boeiend. Niet omdat we één plant als wondermiddel zien, maar omdat we stap voor stap willen ontdekken hoe biodiversiteit, bodem, planten en diergezondheid elkaar kunnen versterken.

Misschien ligt de grootste les wel hierin: soms hoeven we niet ver te zoeken naar nieuwe oplossingen. Soms groeien ze al jarenlang, bijna ongemerkt, in onze eigen weides.

Geraadpleegde literatuur

  • Marley, C.L., et al. The influence of bioactive forages on gastrointestinal nematodes of livestock.
  • Peña-Espinoza, M., et al. Anthelmintic effects of sesquiterpene lactones from chicory (Cichorium intybus).
  • Foster, J.G., et al. In vitro analysis of the anthelmintic activity of forage chicory (Cichorium intybus L.) sesquiterpene lactones against Haemonchus contortus eggs”
  • USDA Plants Database – Cichorium intybus.
  • Flora van België – wilde cichorei (Cichorium intybus).

Scroll naar boven