Toen we besloten om onze Vlaamse geiten via rotatiebegrazing te beheren, gingen we op zoek naar het ideale systeem. De eerste inspiratie vonden we in een artikel over het omweidingssysteem van Benedict Delaender, gepubliceerd in het tijdschrift De Ark van Stichting Levend Erfgoed. Dat artikel vormde voor ons het vertrekpunt om ons verder te verdiepen in rotatiebegrazing.
Al snel ontdekten we dat zo’n universeel systeem niet bestaat. De wetenschap biedt waardevolle inzichten, maar een groot deel van het beschikbare onderzoek is uitgevoerd in landen zoals de Verenigde Staten, waar klimaat, bodem, bedrijfsomvang en begrazingssystemen vaak sterk verschillen van onze situatie.
Op Het Naanhof werken we met een kleine kudde Vlaamse geiten op kruidenrijke percelen in het vruchtbare Haspengouw. Dat vraagt een andere aanpak dan grootschalige begrazing op uitgestrekte ranches of schapenbedrijven. We proberen daarom de wetenschappelijke principes niet letterlijk over te nemen, maar ze kritisch te vertalen naar onze eigen omstandigheden.
Daarom volgen we geen vast schema. We zien ons rotatiesysteem als een dynamisch geheel dat voortdurend evolueert. We observeren onze dieren, volgen de ontwikkeling van de vegetatie en sturen bij waar nodig. Wetenschappelijke inzichten vormen onze leidraad, maar de praktijk bepaalt uiteindelijk hoe we die kennis toepassen.
Wormdruk verandert doorheen het jaar
Een belangrijke les die we tijdens onze voorbereiding leerden, is dat de wormdruk niet het hele jaar gelijk is. De ontwikkeling en overleving van wormlarven worden sterk beïnvloed door temperatuur en vocht.
Tijdens koude wintermaanden ontwikkelen larven zich nauwelijks en sterven veel overwinterende larven af. In warme en vochtige periodes daarentegen kan de levenscyclus zeer snel verlopen, waardoor de besmettingsdruk op een perceel sterk toeneemt.
| Periode | Verwachte wormdruk | Situatie |
|---|---|---|
| Februari – maart | 🟢 Zeer laag | Larven overleven de winter slecht. Nieuwe besmettingen blijven beperkt. |
| April | 🟡 Toenemend | Overwinterende larven worden opnieuw actief. |
| Mei – juni | 🔴 Hoog | Warme en vochtige omstandigheden zorgen voor een snelle ontwikkeling van infectieuze larven. |
| Juli – augustus | 🟠 Variabel | Droogte remt de ontwikkeling. Na regen kan de besmettingsdruk snel toenemen. |
| September – oktober | 🔴 Hoog | Tweede belangrijke risicoperiode. |
| November – januari | 🟢 Laag | De ontwikkeling van wormlarven valt grotendeels stil. |
Deze seizoensdynamiek toont aan dat een rustperiode nooit los kan worden gezien van de weersomstandigheden. Een perceel dat in maart vijftig dagen rust kreeg, kan soms veiliger zijn dan een perceel dat in juni zeventig dagen rust kreeg.
Langere rustperiodes als veiligheidsmarge
In de literatuur worden zeer uiteenlopende rustperiodes beschreven. Sommige systemen werken met ongeveer dertig dagen rust, andere adviseren vijfenveertig tot zestig dagen of langer. Er bestaat geen vaste grens die onder alle omstandigheden veilig of optimaal is.
Omdat we beschikken over meerdere percelen, een beperkte kudde houden en natuurbeheer een belangrijk doel is, kozen we bewust voor ruime richtwaarden. Ze vormen geen strikte regels, maar een veiligheidsmarge die ons helpt om overhaaste beslissingen te vermijden.
Onze huidige richtwaarden zijn:
| Rustperiode | Beoordeling |
|---|---|
| Minder dan 42 dagen | 🔴 Te vroeg |
| 42 – 70 dagen | 🟠 Opgelet |
| 70 dagen of meer | 🟢 Goed |
| 90 dagen of meer | ⭐ Top |
Deze grenzen zijn dus geen absolute wetenschappelijke normen. Ze geven enkel aan hoe comfortabel we ons voelen om een perceel opnieuw in gebruik te nemen.
Meer dan alleen het aantal dagen
Een perceel wordt bij ons nooit opnieuw begraasd omdat een bepaald aantal dagen verstreken is. De rustperiode is slechts één van de factoren die we meenemen in onze beslissing.
Voor elke verplaatsing beoordelen we onder meer:
- de hoogte en ontwikkeling van gras en kruiden;
- de beschikbare hoeveelheid biomassa;
- de weersomstandigheden en weersvoorspelling;
- de resultaten van het mestonderzoek;
- de conditie van de geiten;
- de belasting van het perceel tijdens de vorige begrazing;
- het herstel van de vegetatie.
Pas wanneer meerdere van deze factoren gunstig zijn, beslissen we om een perceel opnieuw te begrazen.

Bij het plannen van onze rotatie kijken we niet alleen naar wormbeheer. Een langere rustperiode beïnvloedt ook het herstel van de vegetatie, de ontwikkeling van kruiden, de opbouw van biomassa en de biodiversiteit op onze percelen.
Op Het Naanhof merken we nu al dat sommige percelen voldoende biomassa produceren om in de toekomst ook periodiek te hooien. Zo versterken rotatiebegrazing en hooibeheer elkaar binnen één beheersysteem.
Waarom rotatiebegrazing zoveel voordelen biedt voor bodem, planten, dieren en biodiversiteit, lees je uitgebreider op de pagina Waarom rotatiebegrazing?
Praktisch én eenvoudig in het dagelijks beheer
Een rotatiesysteem kan nog zo goed doordacht zijn, als het dagelijks te veel tijd vraagt, is het moeilijk vol te houden. Daarom hebben we bij de inrichting van Het Naanhof veel aandacht besteed aan een praktische organisatie van de weides.
Alle percelen zijn via een centrale corridor met elkaar verbonden. Daardoor kunnen de geiten eenvoudig van de ene naar de andere weide verhuizen zonder dat we telkens nieuwe afrasteringen moeten plaatsen of dieren over langere afstanden moeten verplaatsen.
Bovendien kan elke weide afzonderlijk onder elektrische spanning worden gezet. Enkel de weide die op dat moment begraasd wordt, staat onder stroom. De overige percelen kunnen veilig herstellen zonder dat alle afrasteringen permanent onder spanning hoeven te staan.
Vrijwel alle weides blijven via de corridor verbonden met de koer en de stal, waar de geiten steeds beschikken over vers drinkwater, ruwvoer en mineralen. Zo hoeven we op de afzonderlijke percelen geen waterbakken of voederplaatsen te voorzien.
In de praktijk verloopt een weidewissel daardoor verrassend eenvoudig. We controleren of de stroomdraad vrij hangt, schakelen de juiste afrastering onder spanning, openen de volgende poort en de geiten wandelen zelf naar hun nieuwe perceel. Dankzij deze doordachte inrichting kost rotatiebegrazing ons nauwelijks extra tijd. Integendeel, het dagelijkse beheer verloopt vandaag vaak efficiënter dan bij een klassiek systeem met één grote weide.
Rotatiebegrazing is geen wondermiddel
Rotatiebegrazing alleen voorkomt geen wormproblemen. Ook voeding, mineralenvoorziening, veebezetting, genetische weerstand, weersomstandigheden en een goede opvolging van de dieren spelen een belangrijke rol.
Daarom zien wij rotatiebegrazing als één onderdeel van een geïntegreerd beheer. Het is geen doel op zich, maar een middel om verschillende doelstellingen tegelijk te bereiken:
- gezonde en weerbare geiten;
- een lagere parasitaire druk;
- kruidenrijke en veerkrachtige graslanden;
- meer ruimte voor biodiversiteit;
- een praktisch beheer van ons perceel.
Voor ons vormt rotatiebegrazing dan ook de verbindende schakel tussen dierenwelzijn, ecologie en duurzaam landschapsbeheer.
