
Als wij onze geitjes observeren vragen we ons regelmatig af of ze wel genoeg eten. We merken dat onze geiten verrassend weinig tijd besteden aan het grazen van gras. In plaats daarvan staan ze opvallend vaak te knabbelen aan de talrijke hagen rondom hun weides.
Op Het Naanhof beschikken onze geiten over honderden meters gemengde hagen, met onder andere meidoorn, sleedoorn, hondsroos, hazelaar, wilg, veldesdoorn en tal van andere inheemse struiken. Stiekem zijn we hen zelfs een beetje dankbaar dat ze een deel van het beheer van die hagen voor hun rekening nemen. Dat is een deel van hun opdracht hier.
Maar daardoor ontstond ook een interessante wetenschappelijke vraag.
Krijgen onze geiten eigenlijk wel voldoende voedsel binnen? En hoeveel eet een geit nu écht op een dag?
Niet het gewicht, maar de droge stof telt
Wie die vraag probeert te beantwoorden, merkt al snel dat voedingsdeskundigen niet spreken over kilogram gras, maar over droge stof (DS).
Dat is logisch. Vers gras bestaat voor ongeveer 75 tot 80% uit water. Slechts een vijfde van wat een geit opeet, bestaat uit voedingsstoffen zoals energie, eiwitten, vezels, vitaminen en mineralen. Om voeders eerlijk met elkaar te kunnen vergelijken, wordt daarom gerekend met de hoeveelheid droge stof.
Een gezonde volwassen geit neemt dagelijks gemiddeld 3 tot 4% van haar lichaamsgewicht aan droge stof op. Voor een Vlaamse geit van ongeveer 55 kg komt dat neer op 1,7 tot 2,2 kg droge stof per dag.
Wanneer een geit uitsluitend vers gras zou eten, betekent dit ongeveer 8 tot 10 kg vers gras per dag, afhankelijk van het droge-stofgehalte van het gras.
Maar een geit eet veel meer dan alleen gras

Die berekening gaat echter uit van één belangrijke veronderstelling: dat een geit alleen gras eet.
En precies daar verschilt een geit van andere herkauwers.
Hoewel geiten vaak samen met schapen of runderen in een weide worden gehouden, zijn het geen typische grazers. Wetenschappers omschrijven geiten als intermediate feeders: dieren die zowel grazen als bladeren eten. Ze combineren gras met kruiden, jonge scheuten, bladeren, knoppen en twijgen van struiken en bomen.
Volgens het overzichtsartikel in de Merck (MSD) Veterinary Manual kan een geit, wanneer voldoende struiken en bomen beschikbaar zijn, zelfs meer dan 80% van haar dieet uit bladeren en twijgen (browse) samenstellen. Dat geldt uiteraard voor natuurlijke of struikrijke habitats. Op een klassieke Vlaamse grasweide ligt dat aandeel veel lager, eenvoudigweg omdat er minder houtige planten beschikbaar zijn, maar voorlopig kunnen we dat hier bevestigen.
Onderzoek toont bovendien aan dat geiten voortdurend selecteren tussen verschillende plantensoorten. Ze kiezen niet willekeurig, maar zoeken actief naar de combinatie van planten die op dat moment de hoogste voedingswaarde biedt en tegelijkertijd ongewenste stoffen beperkt. Dat selectieve foerageergedrag is één van de kenmerken die geiten onderscheidt van veel andere herkauwers.
Waarom kiezen geiten zo graag voor struiken?
Dat gedrag heeft verschillende biologische voordelen.
Een eerste verklaring ligt in de droge-stofconcentratie van het voedsel. Jong weidegras bestaat doorgaans voor slechts 15 tot 25% uit droge stof; de rest is water. Bladeren van struiken en bomen bevatten meestal 30 tot 45% droge stof, afhankelijk van de plantensoort en het seizoen.
Dat verschil is aanzienlijk. Stel dat een geit dagelijks ongeveer 2 kg droge stof nodig heeft. Wanneer zij uitsluitend jong gras van 20% droge stof eet, moet zij ongeveer 10 kg vers gras opnemen. Bestaat haar rantsoen hoofdzakelijk uit bladeren met 40% droge stof, dan volstaat ongeveer 5 kg vers blad om dezelfde hoeveelheid droge stof binnen te krijgen.
Dat verklaart mee waarom geiten soms verrassend weinig lijken te eten, terwijl ze toch voldoende voedingsstoffen opnemen.
Maar er is meer. Veel struiken bevatten bovendien relatief veel ruw eiwit, mineralen en een breed spectrum aan bioactieve plantenstoffen. Vooral de zogenaamde gecondenseerde tannines krijgen de laatste jaren veel aandacht in het wetenschappelijk onderzoek.
In beperkte hoeveelheden kunnen deze stoffen de benutting van eiwitten verbeteren. Daarnaast tonen verschillende studies aan dat tanninerijke planten mogelijk kunnen bijdragen aan de natuurlijke beheersing van maagdarmparasieten. Ze vervangen uiteraard nooit een doordacht wormbeheer, maar kunnen wel een waardevolle aanvulling vormen binnen een gevarieerd rantsoen.
Ook op Het Naanhof herkennen we dit gedrag. Onze geiten brengen opvallend veel tijd door aan de gemengde hagen. Vooral meidoorn, maar ook braam, wilg, hazelaar, hondsroos en andere struiken worden dagelijks bezocht. Dat lijkt misschien alsof ze “te weinig gras eten”, maar de wetenschap leert ons dat dit perfect aansluit bij hun natuurlijke voedingsgedrag.
Sterker nog: doordat bladeren van veel struiken een hogere droge-stofconcentratie en vaak ook een hogere voedingswaarde hebben dan jong gras, kan een geit tijdens het foerageren aan de hagen ongemerkt een belangrijk deel van haar dagelijkse voedingsbehoefte opnemen.
Wat betekent dit voor Het Naanhof?
Deze inzichten bevestigen opnieuw waarom we zoveel aandacht besteden aan een soortenrijk landschap. Onze hagen dienen niet alleen als perceelsafscheiding of schuilplaats voor vogels, insecten en kleine zoogdieren, maar vormen ook een waardevolle voedselbron voor onze Vlaamse geiten.
Door graslanden af te wisselen met gemengde hagen, bomen en struiken creëren we een omgeving waarin geiten hun natuurlijke foerageergedrag kunnen vertonen. Dat zorgt niet alleen voor een gevarieerder menu, maar houdt de dieren ook actief en stimuleert hun natuurlijke nieuwsgierigheid.
Zoals wel vaker op Het Naanhof begint een nieuw onderzoek met een eenvoudige observatie. Daarna zoeken we de wetenschappelijke achtergrond op en toetsen we die aan onze eigen praktijk. Op die manier hopen we stap voor stap meer inzicht te krijgen in het natuurlijke voedingsgedrag van de Vlaamse geit en die kennis te delen met andere geitenliefhebbers.
Geraadpleegde bronnen
- Lu, C.D. (1988). Grazing Behavior and Diet Selection of Goats. Small Ruminant Research, 1(3), 205-216.
- Van Saun, R.J. (2025). Herbage and Browse Usage in Goats. Merck (MSD) Veterinary Manual.
- Van Saun, R.J. (2025). Nutritional Requirements of Goats. Merck (MSD) Veterinary Manual.
- Van Soest, P.J. (1994). Nutritional Ecology of the Ruminant (2nd ed.). Cornell University Press.
- Min, B.R. & Hart, S.P. (2003). Tannins for suppression of internal parasites in ruminants. Journal of Animal Science, 81(Suppl. E), E102-E109.
- Provenza, F.D., Villalba, J.J., Dziba, L.E., Atwood, S.B. & Banner, R.E. (2003). Linking herbivore experience, varied diets and plant biochemical diversity. Small Ruminant Research, 49, 257-274.
Ben je geïnteresseerd in meerdere geitenweetjes?
Kijk dan zeker op de overzichtspagina: Geitenweetjes
