Waarom een gezonde geit niet volledig wormvrij hoeft te zijn

Kan een geit weerstand opbouwen tegen wormen?

Geitje verkent de hogere vegetatie. Zij wil niets eten waar iemand anders op heeft gelopen.

Toen we onze eerste mestonderzoeken uitvoerden, kregen we een interessante opmerking van een ervaren geitenhouder. Hij wees erop dat een gezonde geit niet noodzakelijk volledig wormvrij hoeft te zijn en dat een zekere blootstelling aan maagdarmwormen zelfs kan bijdragen aan de ontwikkeling van natuurlijke weerstand.

Dat klonk voor ons in eerste instantie verrassend. Jarenlang was het immers vanzelfsprekend om te streven naar zo weinig mogelijk wormen. Zijn opmerking vormde voor ons de aanleiding om dieper in de wetenschappelijke literatuur te duiken. Daar ontdekten we dat de werkelijkheid inderdaad genuanceerder is dan we aanvankelijk dachten.

Het immuunsysteem leert de parasiet herkennen

Wanneer een geit tijdens het grazen infectieuze wormlarven opneemt, reageert haar immuunsysteem op de aanwezigheid van de parasieten. Bij een eerste besmetting is die afweerreactie nog beperkt. Na herhaalde blootstelling worden specifieke afweercellen en antistoffen geactiveerd, waardoor nieuwe larven zich moeilijker kunnen vestigen in de lebmaag en darmen.

Ook de volwassen wormen die zich toch ontwikkelen, blijken gemiddeld minder eieren te produceren. Daardoor komen minder wormeieren via de mest opnieuw op de weide terecht en neemt de besmettingsdruk af.

Deze gedeeltelijke, verworven immuniteit is inmiddels beschreven in verschillende studies naar de afweer tegen maagdarmnematoden bij kleine herkauwers. Ze voorkomt de infectie niet volledig, maar helpt de wormlast en de gevolgen ervan beter onder controle te houden.

Waarom zijn volwassen geiten meestal minder gevoelig?

Dit verklaart waarom volwassen geiten doorgaans minder snel ernstige ziekteverschijnselen ontwikkelen dan jonge dieren. Hun immuunsysteem heeft de parasieten al vaker ontmoet en kan sneller reageren.

Die immuniteit is echter nooit volledig. Bij een hoge besmettingsdruk, stress, dracht, lactatie of een verminderde lichaamsconditie kunnen ook volwassen dieren nog ernstig ziek worden. Regelmatige opvolging blijft daarom noodzakelijk.

Geiten verschillen van schapen

Opvallend is dat geiten doorgaans een minder sterke natuurlijke weerstand tegen maagdarmwormen ontwikkelen dan schapen.

Daarvoor bestaat een interessante evolutionaire verklaring. De wilde voorouders van geiten waren voornamelijk browsers: ze aten bladeren, twijgen en struiken, vaak hoger boven de grond. Schapen zijn echte grazers en nemen tijdens het grazen veel vaker wormlarven op die zich op grassprieten bevinden.

Doordat geiten tijdens hun evolutie minder intensief aan deze parasieten werden blootgesteld, was de selectiedruk voor een krachtige wormimmuniteit waarschijnlijk kleiner. Dat verklaart mee waarom geiten ook vandaag gevoeliger blijven voor maagdarmwormen dan schapen.

Waarom wordt preventief ontwormen steeds minder aanbevolen?

Deze nieuwe inzichten hebben ook geleid tot een andere kijk op ontwormen.

Vroeger werden volledige kuddes vaak meerdere keren per jaar preventief behandeld. Tegenwoordig adviseren veel parasitologen een meer gerichte aanpak.

De belangrijkste reden is de toenemende resistentie tegen ontwormingsmiddelen. Door frequent gebruik van dezelfde producten overleven juist de wormen die minder gevoelig zijn voor het middel. Na verloop van tijd kunnen volledige wormpopulaties resistent worden, waardoor behandelingen steeds minder goed werken.

Daarom wordt tegenwoordig steeds vaker gekozen voor Targeted Selective Treatment (TST): alleen dieren met een hoge wormlast of duidelijke ziekteverschijnselen worden behandeld. Op die manier blijven voldoende gevoelige wormen aanwezig (refugia), waardoor de ontwikkeling van resistentie wordt afgeremd.

Tegelijk krijgen gezonde dieren de kans om hun gedeeltelijke natuurlijke immuniteit verder te ontwikkelen. Het doel is dus niet om elke worm uit te roeien, maar om de besmettingsdruk voldoende laag te houden zodat de geiten gezond blijven.

Wat betekent dat voor Het Naanhof?

Ook voor ons was dit een mooi voorbeeld van voortschrijdend inzicht. Een opmerking uit de praktijk bracht ons ertoe om de wetenschappelijke literatuur opnieuw te raadplegen en onze eigen aanpak kritisch te bekijken.

Dat betekent niet dat we worminfecties zomaar hun gang laten gaan. Integendeel. We volgen onze geiten op met regelmatige mestonderzoeken, dagelijkse observaties en rotatiebegrazing. Op basis van die gegevens beslissen we of een behandeling noodzakelijk is.

Zo proberen we een evenwicht te vinden tussen een lage parasitaire druk, een doordachte inzet van ontwormingsmiddelen en het benutten van de natuurlijke weerstand waarover geiten beschikken.

Bronnen?

Dit artikel is gebaseerd op inzichten uit de veterinaire parasitologie, waaronder overzichtswerken van onderzoekers zoals Michel Hoste, Ray Kaplan, Johan Höglund en collega’s. Zij hebben de voorbije twintig jaar veel onderzoek verricht naar wormimmuniteit, ontwormingsresistentie en gerichte selectieve ontworming bij schapen en geiten.

Scroll naar boven