Van productieweide naar Het Naanhof

Een gewone landbouwweide

Het Naanhof begon als een gewone landbouwweide. Vandaag groeit hetzelfde perceel stap voor stap uit tot een biodivers landschap waar Vlaamse geiten, natuurbeheer en biodiversiteit centraal staan.

Wie Het Naanhof vandaag bezoekt, ziet een gevarieerd landschap met hagen, hoogstamfruitbomen, houtkanten, bosjes, pony’s en Vlaamse geiten. Daardoor ontstaat soms de indruk dat dit altijd zo geweest is.

Niets is minder waar.

Ons verhaal begon met een perceel dat weinig verschilde van vele andere landbouwgronden in Vlaanderen: een open, productiegerichte weide met weinig structuur en beperkte variatie. Dat was op zich geen verkeerde uitgangssituatie, maar gaandeweg groeide bij ons het verlangen om meer ruimte te maken voor natuur.

Niet door de landbouw de rug toe te keren, maar door voedselproductie, dierenwelzijn en biodiversiteit beter met elkaar in evenwicht te brengen.

Van landbouwweide naar biodivers landschap

De omvorming gebeurde niet volgens een groot masterplan. Het was een geleidelijk proces van kleine ingrepen, nieuwe ideeën en voortschrijdend inzicht.

Doorheen de jaren werden honderden meters gemengde hagen aangeplant, kwamen er hoogstamfruitbomen, houtkanten, kleine bosjes en hakhoutstructuren. Bestaande bomen kregen opnieuw een plaats in het beheer en overal ontstonden meer mogelijkheden voor beschutting en variatie.

Elke ingreep had hetzelfde doel: het landschap aantrekkelijker maken voor mens én dier.

De omvorming gebeurde niet volgens een groot masterplan. Het was een geleidelijk proces van kleine ingrepen, nieuwe ideeën en voortschrijdend inzicht.

Doorheen de jaren werden honderden meters gemengde hagen aangeplant, kwamen er hoogstamfruitbomen, houtkanten, kleine bosjes en hakhoutstructuren. Bestaande bomen kregen opnieuw een plaats in het beheer en overal ontstonden meer mogelijkheden voor beschutting en variatie.

Lilly blaast even uit in de catalpawei
Lilly blaast even uit in de catalpawei

Elke ingreep had hetzelfde doel: het landschap aantrekkelijker maken voor mens én dier.

De veranderingen bleven niet onopgemerkt. Jaar na jaar verschenen meer bloeiende planten, insecten, vogels en andere dieren op het perceel. Het landschap kreeg steeds meer structuur en begon opnieuw te leven.

De rol van de pony’s

Kradotje met op de achtergrond onze jonge Vlaamse geiten
Kradotje met op de achtergrond onze jonge Vlaamse geiten

Gedurende verschillende jaren werden de graslanden begraasd door Shetlandpony’s. Ze pasten uitstekend in het landschap en hielpen de vegetatie onder controle te houden. Bovendien beleefden we veel plezier aan het fokken en verzorgen van deze dieren.

Toch groeide stilaan het gevoel dat we een nieuwe richting uit wilden. Niet omdat er iets mis was met de pony’s, maar omdat we steeds minder een duidelijke meerwaarde zagen in het verder kweken ervan.

Tegelijk merkten we dat de steeds rijkere begroeiing ook meer beheer vroeg. Hagen moesten gesnoeid worden, jonge opslag groeide snel uit en bramen en struiken vroegen steeds meer aandacht.

Steeds vaker stelden we ons dezelfde vraag:

Bestaat er geen dier dat ons hierbij kan helpen?

De ontbrekende schakel

Het antwoord kwam onverwacht toen we kennismaakten met de Stichting Levend Erfgoed.

Via deze organisatie ontdekten we verschillende zeldzame landbouwrassen en hun belang voor het behoud van ons levend erfgoed. Voor het eerst maakten we uitgebreid kennis met de Vlaamse geit.

Langzaam vielen verschillende puzzelstukken op hun plaats.

We ontdekten een ras dat niet alleen bedreigd was, maar ook perfect aansloot bij onze visie op natuurbeheer. Vlaamse geiten zijn immers geen typische grazers. Naast gras eten ze graag bladeren, jonge scheuten, bramen en andere houtige gewassen — precies de vegetatie die op ons perceel steeds meer aanwezig was.

Plots zagen we een mogelijkheid om verschillende doelstellingen met elkaar te verbinden: natuurbeheer, dierenwelzijn, erfgoedbehoud en kleinschalige fokkerij.

Een hoger doel

Wat ons uiteindelijk het meest aansprak, was dat we opnieuw konden fokken met een duidelijke bedoeling.

Niet om zoveel mogelijk dieren te produceren.

Niet om kampioenstitels na te streven.

Maar om, hoe bescheiden ook, bij te dragen aan het behoud van een zeldzaam Vlaams ras.

De Vlaamse geit belichaamde alles waar Het Naanhof ondertussen voor stond: respect voor levend erfgoed, aandacht voor biodiversiteit, duurzaam landschapsbeheer en samenwerken met de natuur in plaats van er voortdurend tegenin te gaan.

Toen viel de puzzel in elkaar

Achteraf bekeken lijkt onze keuze voor Vlaamse geiten bijna vanzelfsprekend. Toch was ze het resultaat van vele jaren zoeken, experimenteren en leren.

Wat begon als een gewone landbouwweide groeide langzaam uit tot een gevarieerd landschap. Wat begon met pony’s leidde uiteindelijk naar een bedreigd geitenras. En wat ooit een persoonlijk natuurproject was, groeide uit tot een engagement voor het behoud van levend erfgoed.

In zekere zin was ons perceel al jarenlang voorbereid op hun komst.

Scroll naar boven